De slimme steden en het dataproletariaat

De slimme stad biedt een oplossing voor vrijwel ieder grootstedelijk vraagstuk. De maakbaarheid van de samenleving is weer helemaal terug van weggeweest. Maar hoe maakbaar is die slimme stad voor haar bewoners? Veelal spelen ze uitsluitend nog de rol van gratis dataleverancier. Dat kan ook anders. Lees de column van Valerie Frissen (hoogleraar ICT & Social Change en directeur SIDN fonds) in het FD. In de nieuwe bijlage van het Financieel Dagblad (gelanceerd op 25 september), is wekelijks een innovatiecolumn te vinden. Een wisselcolumn over technologie en wat ondernemers, bestuurders of werknemers hiermee kunnen. De column wordt om beurten geschreven door vier columnisten die samen het ‘tech-team’ vormen, Zaterdag verscheen de eerste bijdrage van Valerie Frissen: “De slimme steden en het dataproletariaat”

David Langley beet de week ervoor het spits af met zijn column ‘Join the maker movement’. Langely onderzoekt internet, innovatie en strategie bij TNO en de Rijksuniversiteit Groningen en adviseert bedrijven over hoe ze business kunnen maken met internettechnologie. Naast David Langley en Valerie Frissen, wordt de column afgewisseld met Jaap-Henk Hoepman (privacy expert aan de Radboud Universiteit Nijmegen en wetenschappelijk directeur van het Privacy & Security Lab) en Saskia Nijs (onderzoeker aan de VU en hoofd strategie bij Philips Healthcare).

De slimme steden en het dataproletariaat

Het begrip ‘Lichtstad’ krijgt in Eindhoven een nieuwe invulling. Het uitgaanspubliek wordt gemonitord en bij wangedrag ‘gecorrigeerd’ door veranderend licht. Moet de stedeling daar blij mee zijn?

Als je in Eindhoven een avondje uit gaat, kom je al gauw in het Stratumseind, de bekendste stapstraat van de stad. Wat je waarschijnlijk niet weet, is dat je daar een living lab binnenwandelt, waar slimme technologie je op de voet volgt en je bewegingen registreert. En misschien zelfs je gedrag probeert te veranderen, als een slim algoritme constateert dat jouw drankgebruik uit de hand begint te lopen. Terwijl je nietsvermoedend onder een lantaarnpaal staat te dollen met je vrienden, worden verderop in de Oude Rechtbank de sensoren en intelligente camera’s in die lantaarnpaal uitgelezen. Vervolgens kan diezelfde lantaarnpaal ongewenst gedrag bijsturen door met de intensiteit en kleur van het licht te spelen. Daarmee hoopt de gemeente Eindhoven de uitgaansbuurt veiliger, levendiger en aantrekkelijker te maken.

Stratumseind is een experiment van ‘smart city’ Eindhoven. Grote steden buitelen momenteel over elkaar heen in de race om de slimste stad van Nederland te worden. De stedelijke websites blaken van ambitie en claimen allemaal een koploperspositie: is het niet in Nederland, dan wel in Europa of de rest van de wereld. Zoals het voorbeeld van Stratumseind laat zien, roept de slimme stad vooral een beeld op van een moderne en efficiënte stad die technologie slim inzet om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden.

De slimme stad is vooralsnog vooral een mooi toekomstvisioen van een stedelijke omgeving waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is. Voor het bedrijfsleven biedt de smart city ongekende mogelijkheden: de stad als proeftuin voor innovatie en de ontwikkeling van nieuwe markten. Allerlei bedrijven benutten die kansen dan ook gretig. Zo werkt een aantal grote bedrijven waaronder KPN momenteel hard aan een nieuwe standaard voor een mobiel netwerk voor het Internet of Things: LoRa.

LoRa staat voor Long Range en is een netwerk dat apparaten, zoals bijvoorbeeld vuilnisbakken of lantaarnpalen verbindt met het internet. Beleidsmakers en politici zien de slimme stad als oplossing voor vrijwel ieder grootstedelijk vraagstuk: van verkeersopstoppingen en overlast in de publieke ruimte tot inefficiënte thuiszorg. De maakbaarheid van de samenleving is weer helemaal terug van weggeweest.

Maar hoe maakbaar is die slimme stad voor haar bewoners? In de meeste verhalen over de slimme stad wordt bewoners doorgaans wel een fijn leven in de verbonden stad in het vooruitzicht gesteld, maar is hun rol uiteindelijk nogal beperkt. Sterker nog, veelal spelen ze uitsluitend de rol van gratis dataleverancier, en krijgen ze geen enkel inzicht in en laat staan greep op welke data er over hen worden verzameld, gekoppeld, geïnterpreteerd, gebruikt en doorverkocht. De bewoner van de slimme stad is tot op heden eigenlijk geen speler van betekenis in dit mooie verhaal. Moderne stedelingen dreigen steeds meer te worden gereduceerd tot het dataproletariaat van de slimme stad. De slimme stad is bevolkt met domme stedelingen, die zich niet realiseren dat ze met hun data het goud in handen hebben waarmee zij ook zelf een positie in het spel kunnen opeisen. 

Kan het ook anders? Opmerkelijk is in dit licht het initiatief van de jonge ondernemer Wienke Giezeman. Hij slaagde erin om in zes weken tijd een op LoRa gebaseerd netwerk voor het internet der dingen uit te rollen dat de hele stad Amsterdam dekt. Dat netwerk staat nu gratis ter beschikking aan alle Amsterdammers. Giezeman meent dat een open netwerk dat publiek bezit is, leidt tot toepassingen die aansluiten bij wat stedelingen zelf graag willen. Zij kunnen nu immers zelf dingen aan het internet koppelen, data beheren, samen met anderen toepassingen ontwikkelen en die via dit netwerk met elkaar delen.

Op zijn minst een interessant alternatief voor het dataproletariaat van de smart city.

Valerie Frissen (hoogleraar ICT & Social Change en directeur SIDN fonds)

Innovatiecolumn FD Morgen zaterdag 3 oktober 2015

Sorry

De versie van de browser die je gebruikt is verouderd en wordt niet ondersteund.
Upgrade je browser om de website optimaal te gebruiken.