Het maatschappelijk middenveld – waaronder stichtingen, verenigingen, belangenorganisaties en activisten – fungeert als tegenwicht voor gevestigde macht, maar blijft kwetsbaar. Deze organisaties kampen doorgaans met een structureel financieringstekort en zijn sterk afhankelijk van vrijwilligers. Tegelijkertijd krijgt de missie voorrang, waardoor er weinig tijd overblijft voor de opbouw van de organisatie zelf. Een cruciaal onderdeel daarvan is de digitale infrastructuur.
Controle over de digitale infrastructuur
Denk aan dagelijkse activiteiten zoals e-mail, videobellen en het gezamenlijk werken aan bestanden. Veel maatschappelijke organisaties kiezen er daarom voor hun digitale infrastructuur bij Microsoft of Google af te nemen. Dit is goedkoper en eenvoudiger, en vereist geen technische expertise. Ze hebben echter geen controle over de digitale infrastructuur waarvan ze voor hun dagelijkse werkzaamheden afhankelijk zijn.
Noodzaak om over te stappen
Ondertussen worden deze organisaties geconfronteerd met toenemende risico's, zoals het volledig platleggen van hun digitale infrastructuur door de VS of ongewenste toegang tot hun gegevens. Ze voelen de noodzaak om over te stappen op digitaal soevereine en autonome alternatieven. Toch aarzelen ze, vanwege een gebrek aan middelen en zorgen over het creëren van nieuwe afhankelijkheden bij een overstap naar andere aanbieders.
Praktisch en juridisch kader
Er is behoefte aan een praktisch en juridisch kader dat maatschappelijke organisaties in staat stelt over te stappen op een soevereine digitale infrastructuur. Precies dat kader ontwikkelen de consortiumpartners binnen dit project.
Dat gebeurt onder meer door het identificeren van de juridische, technische en praktische obstakels voor de overgang naar een digitaal soevereine infrastructuur, het documenteren van concrete, reproduceerbare migraties van representatieve Nederlandse ngo's naar een digitaal (meer) soevereine infrastructuur en het publiceren en verspreiden van een praktische handleiding.